Bijbelverhalen


Waar alles vandaan komt

Geschreven voor kinderen

God heeft alles gemaakt…de hemel, de aarde, de zon, de maan, de sterren, de planten, de dieren, de mensen, de zee, de wind, de bergen…God heeft het allemaal geschapen. Samen met Jezus.
De eerste mensen heetten Adam en Eva. Zij woonden in het paradijs. Iedere dag kwam God bij hen en dan praatten ze met elkaar. Ze waren zo gelukkig.
God had tegen hen gezegd: Jullie mogen van alle bomen eten, behalve van die ene boom die in het midden van het paradijs staat. Dat is de boom der kennis van goed en kwaad. Want als jullie daarvan eten, dan gaan jullie dood. Nou, dat deden Adam en Eva ook niet. Ze luisterden naar God.
Totdat…op een dag de vijand van God komt. Hij verkleedt zich als een slang.
De slang zegt tegen Eva: “Pluk maar een ‘appel’ van die boom”.
“Nee hoor!” zegt Eva. “God heeft gezegd: dat mag niet. En als ik het toch doe, ga ik dood”.
“Dat is helemaal niet waar”, zegt de slang. “Als je van die boom eet, dan zul je, net als God, weten wat goed is en slecht”. Eva wordt nieuwsgierig. Wat is dat, goed en slecht? Ze hoeft alleen maar die lekkere appel op te eten en dan weet ze het. O domme Eva! Ze plukt een appel en neemt een hap en geeft ook een hap aan Adam.
En dan gebeurt er iets verschrikkelijks. Adam en Eva worden bang voor God. Ze hebben iets heel erg verkeerds gedaan. Ze zijn ongehoorzaam geweest aan God. Ze hebben gezondigd. Ze verstoppen zich snel. Maar God ziet hen natuurlijk. “Adam en Eva, waar zijn jullie? Waarom hebben jullie van die boom gegeten? Ik heb toch gezegd: dat mag niet! Nu mogen jullie niet in het paradijs blijven. Jullie zullen voortaan hard moeten werken voor je eten en drinken. En jullie zullen ook verdriet hebben en als jullie oud zijn, gaan jullie dood. Dat heb Ik je toch gezegd?” Adam en Eva knikken verdrietig en bang.

God houdt van iedereen!
“Maar”, zegt God, “toch houd Ik nog van jullie. Ik laat je niet dood blijven. Eens zal ik mijn Zoon sturen naar deze wereld en dan zal Hij de straf dragen die de mensen verdienen. De doodstraf.”
Daarom is Jezus geboren in een stal in Bethlehem. Toen Hij een man geworden was heeft Hij de mensen verteld dat iedereen die in Hem gelooft, voor altijd zal leven. En Hij genas de zieken. En sommige mensen die gestorven waren, maakte Hij weer levend. Er waren veel mensen die van Jezus hielden. Maar er waren ook mensen die een hekel aan Hem hadden. Ze wilden Hem vermoorden.
Boze mensen hebben Jezus aan een kruishout gespijkerd. Dat deed ontzettend pijn en het bloedde vreselijk. Urenlang hing Jezus aan het kruis. Toen stierf Hij. Zo strafte God zijn eigen Zoon voor de slechte dingen die de mensen doen.
Toen Jezus dood was, werd Hij begraven, maar na drie dagen maakte God Hem weer levend. En nu zit Hij in de hemel naast God. Alle mensen en alle kinderen mogen nu tot God bidden in de naam van Jezus. Als je verdrietig bent of geplaagd wordt op school of problemen hebt, mag je God vragen of Hij je helpt. En Hij doet het als je gelooft. En voor de fijne dingen die gebeuren, mag je God danken.
Jezus houdt van alle kinderen en van alle mensen!

Jenny Goeree Manschot

©2006 Overname van artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de uitgever/auteur.






home | over evan | artikelen | bijbelverhalen | vragen | uw mening
forum | e-mail | colofon


© 2010 Alle rechten voorbehouden