Bijbelverhalen


Er is een kind geboren...het heet Jezus!

Geschreven voor kinderen

God woont boven in de hemel en Hij ziet alles wat er op de aarde gebeurt. Hij ziet alle kinderen en alle mensen. Hij houdt heel veel van ze. Zoveel dat Hij ze graag bij zich in de hemel wil hebben. Maar er is een groot probleem. God is goed en heilig en de mensen zijn slecht. Ze doen zoveel verkeerde dingen, dat ze niet zomaar in de hemel kunnen komen. Ze verdienen eigenlijk straf. Dat ziet er niet best voor ze uit.
Maar gelukkig heeft God een plan. Dat heeft Hij samen met zijn Zoon Jezus gemaakt. Jezus zei: “Vader, straf mij maar in plaats van de mensen. Ik ga naar de aarde en word mens. En dan straft u Mij voor de zonde die de mensen doen. Dan mogen alle mensen en alle kinderen die in Mij geloven in de hemel komen”. Wat een lieve God dat Hij zijn eigen Zoon straft voor wat jij en je vader en moeder, en je opa en oma, en ik en alle andere mensen verkeerd doen in hun leven. God houdt zoveel van de mensen en de kinderen dat Hij zijn eigen kind aan hen geeft.
Hoe het allemaal ging? Kijk zo!

Maria mag zijn moeder zijn
Maria zit in haar kamer. Ze denkt aan Jozef met wie ze gauw gaat trouwen. Opeens wordt het heel licht. Er komt een engel bij haar binnen. “Dag Maria!” zegt hij. “Wees niet bang. God heeft me gestuurd. Ik moet je iets vertellen. Je krijgt over een poosje een baby. Het is een heel bijzondere baby. Het is de Zoon van God. Je moet Hem Jezus noemen en jij mag hier op aarde zijn moeder zijn. Als Hij groot is, zal Hij de mensen vertellen dat ze allemaal in de hemel mogen komen als ze in Hem geloven”.
Maria is verbaasd. Maar ze is ook blij. Ze zegt: “Ik zal doen wat God van me vraagt. Ik wil een goede moeder zijn”. De engel gaat weer weg. En God plant een zaadje uit zichzelf in Maria’s buik. En dan begint het kindje te groeien.

Jozef
Als Jozef hoort dat Maria een kindje verwacht, schrikt hij. Hij is nog niet eens met haar getrouwd. Hoe kan dat nou? Ze heeft vast een andere man gevonden en nu houdt ze niet meer van hem. Jozef denkt, dan moet ik haar maar laten gaan en een andere vrouw zoeken. Jozef is erg verdrietig.
’s Nachts komt er een engel bij hem. Hij zegt: “Jozef, je mag Maria niet wegsturen. Het kindje dat ze verwacht, is van God. Je moet bij haar blijven en hier op aarde de vader zijn van dit kindje, want zijn eigen Vader woont in de hemel. Je moet Hem de naam Jezus geven en goed voor Hem zorgen”.
Jozef doet wat God van hem vraagt. Hij trouwt met Maria en gaat met haar in Nazareth wonen. Ze zijn allebei zo blij. Ze krijgen een kindje dat de Zoon van God is. Iedere dag bidden ze samen tot God en bedanken ze Hem voor dit kindje. En onderhand groeit de baby in de buik van Maria.

Geboren in een stal
Als het kindje bijna groot genoeg is om geboren te worden, zegt de keizer dat alle mensen naar hun geboorteplaats moeten gaan om zich te laten inschrijven in een groot boek.
Jozef en Maria gaan naar Bethlehem, want daar zijn ze geboren. Als ze er aankomen, is het al avond. Maria is moe. Maar er is nergens meer een plaatsje om te slapen. Nergens is meer een bed vrij. Wat moeten ze nu? O wacht, iemand heeft een stal, daar mogen ze wel in.
En daar wordt in die nacht hun kindje geboren. Er staat geen wiegje voor Hem klaar en er zijn geen kleertjes. Maria doet een paar doeken om Hem heen, zodat Hij het niet koud krijgt. Dan legt ze Hem in een kribbe. Dat is een bak waar de dieren uit eten.
De Zoon van God die eerst in die prachtige hemel woonde bij zijn Vader, wordt geboren bij de beesten in een vieze, donkere stal. Maar Maria en Jozef zijn heel blij. En zijn Vader in de hemel ook.

De herders in het veld
In een veld vlakbij Bethlehem liggen herders te slapen bij hun schapen. Er komt een engel uit de hemel om hun het blijde nieuws te vertellen.
In die donkere nacht wordt het plotseling heel licht. Het is hemels licht. De herders zijn bang. Maar de engel zegt: “Wees niet bang, mannen, wees blij! Want in Bethlehem is vannacht de redder van de mensen geboren. Jullie zullen hem vinden in een stal. Hij ligt in een kribbe, gewikkeld in doeken. Dit is het teken dat Hij een groot koning is”.
Er komen nog meer engelen. Samen zingen ze een prachtig lied voor de herders. Het heet: Ere zij God in de hoge hemel en vrede op aarde! Als het uit is, verdwijnen de engelen weer.
De herders gaan vlug naar Bethlehem. Vol verwondering kijken ze naar het kindje in de kribbe, dat de Zoon van God is. Aan Jozef en Maria vertellen ze wat de engel gezegd heeft over Hem. Dan nemen ze weer afscheid. Ze gaan overal vertellen wat ze gezien hebben en wat er is gebeurd. Iedereen is verbaasd.

Mannen uit het oosten
Er komen nog meer mensen op bezoek bij Jezus.
In een land ten oosten van Israël zien wijze mannen een ster aan de hemel, waarop staat dat in Israël de koning der Joden is geboren. De mannen gaan direct op weg. Ze reizen naar Jeruzalem, de hoofdstad van Israël. Daar vragen ze aan iedereen waar deze koning woont.
Als koning Herodes hoort dat er een Joodse koning is geboren, schrikt hij. Hij is bang voor dit koningskind, want hij weet dat het een bijzonder kind is. Hij weet dat dit kind de door God beloofde redder van de wereld is. “Straks gaat Hij nog op mijn troon zitten”, denkt hij. Koning Herodes is helemaal in paniek. Hij roept de geleerden van Israël bij elkaar en vraagt hun in het boek van God op te zoeken waar de koning der Joden geboren zal worden. De geleerden zoeken het op. “In Bethlehem”, antwoorden ze.
In het geheim roept Herodes de wijzen bij zich. Hij zegt: “Als jullie het kind gevonden hebben, komen jullie het mij dan vertellen? Dan kan ik ook naar Hem toe gaan”. De mannen zeggen: “Oké, dat zullen we doen”.
Onderweg naar Bethlehem zien ze de ster weer. Die wijst hun de weg. Ze zijn zo blij. Ze weten dat het kind dat geboren is, de Zoon van God is. In Bethlehem blijft de ster staan. Precies boven de plaats waar Jezus met zijn ouders verblijft. De grote mannen knielen voor de kleine baby neer en geven Hem cadeaus. Dan gaan ze weer weg. In hun hart is het feest, groot feest!
Als ze ’s nachts liggen te slapen, waarschuwt een engel hun dat ze niet meer naar Herodes moeten gaan. Daarom gaan ze langs een andere weg naar hun land terug.


De baby’s van Bethlehem
De hemelse Vader van het kindje stuurt een engel naar Jozef. Hij moet met Maria en Jezus vluchten naar Egypte en daar blijven tot God het zegt. Want Herodes wil het kindje vermoorden. Nog diezelfde nacht vertrekken Jozef en Maria naar het land Egypte.
En intussen zit koning Herodus op de wijzen uit het oosten te wachten. Die komen natuurlijk niet. Herodes wordt ontzettend boos. Hij begrijpt dat die mannen hem voor de gek hebben gehouden. Hij roept zijn soldaten en beveelt hun alle kleine babyjongetjes in Bethlehem te doden. En dat doen de soldaten. Ze vermoorden ze allemaal. En de papa’s en mama’s en de opa’s en oma’s van die kinderen huilen heel hard. Ze zijn erg verdrietig, want hun lieve, kleine schatjes zijn dood.
Maar Herodes denkt: “Zo, die koning der Joden leeft niet meer. Nu kan Hij niet meer op mijn troon gaan zitten”. Herodes is helemaal vergeten dat er boven in de hemel een God is die alles ziet en alles weet. Domme Herodes!

Als Herodes gestorven is, keren Jozef en Maria weer terug naar Israël. Ze gaan wonen in het plaatsje Nazareth.
Het kindje Jezus groeit en wordt groter en groter. Hij weet dat zijn echte Vader in de hemel woont. Hij weet dat Hij de Zoon van God is en dat Hij moet doen wat zijn Vader wil. Hij moet de wereld verlossen van de zonde. En dat wil Hij ook.

(Wordt vervolgd)

Jenny Goeree Manschot





©2006 Overname van artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de uitgever/auteur.






home | over evan | artikelen | bijbelverhalen | vragen | uw mening
forum | e-mail | colofon


© 2010 Alle rechten voorbehouden